De student is zich bewust van de eigen rol en verantwoordelijkheid binnen het innovatie- of ontwikkelproces en handelt vanuit een proactieve en ondernemende houding. Dit komt tot uiting in het nemen van initiatief, het signaleren van kansen en het aansturen of stimuleren van voortgang waar dat nodig is. Daarbij toont de student leiderschap door richting te geven, samenwerking te bevorderen en beslissingen te onderbouwen op basis van beschikbare informatie en inzichten. Tegelijkertijd reflecteert de student regelmatig op het eigen handelen en de ontwikkeling van het persoonlijk leiderschap, met aandacht voor sterke punten, leerpunten en de effectiviteit van het optreden binnen de context van het project of de organisatie.