De student vertaalt kennis en inzichten uit eigen onderzoek naar andere praktijkcontexten door de verkregen resultaten te abstraheren en te beoordelen in hoeverre deze toepasbaar zijn in vergelijkbare situaties. Daarbij wordt gekeken naar overeenkomsten en verschillen in doelen, gebruikers, processen en randvoorwaarden, zodat duidelijk wordt welke elementen direct overdraagbaar zijn en waar aanpassingen nodig zijn. Door deze vertaalslag expliciet te maken laat de student zien dat de opgedane kennis niet alleen relevant is voor de oorspronkelijke casus, maar ook waarde heeft voor bredere toepassingen binnen het vakgebied.