Vak: DT1

Course DT1

  • Whitepaper VR/XR voor de bouw

    De opdracht voor Digitale Technologie vraagt om het opstellen van een whitepaper middels generatieve AI. Hierbij is gekozen voor de chatbot van OpenAI, ChatGPT. Dit bewijsstuk is het document dat aan de hand van zorgvuldige prompts en structuur is opgesteld.

  • Logboek whitepaper-ontwikkeling

    Een strategische uitwerking van de opdracht voor Digitale technologie 1, waarbij gemaakte keuzes worden onderbouwd.

  • De student identificeert en benoemt verschillende manieren waarop digitale technologie een impact kan hebben op gebruiker, organisatie en samenleving.

    De student identificeert en benoemt op systematische wijze de verschillende manieren waarop digitale technologie impact kan hebben op de gebruiker, de organisatie en de samenleving als geheel. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen directe effecten, zoals veranderingen in werkprocessen, gebruiksgemak of besluitvorming, en indirecte of langetermijneffecten, zoals verschuivingen in verantwoordelijkheden, machtsverhoudingen of maatschappelijke verwachtingen. De student onderbouwt deze impact met relevante inzichten en plaatst technologische ontwikkelingen in een bredere context, zodat zichtbaar wordt hoe digitale innovaties niet alleen operationele verbeteringen teweegbrengen, maar ook structurele veranderingen kunnen veroorzaken binnen en buiten de organisatie.

  • De student formuleert persoonlijke leerdoelen en initieert leeractiviteiten om deze te bereiken

    De student formuleert gerichte en haalbare persoonlijke leerdoelen op basis van een analyse van de eigen ontwikkeling, ambities en professionele context. Vervolgens neemt de student actief het initiatief om leeractiviteiten te organiseren of te benutten die bijdragen aan het bereiken van deze doelen, zoals het uitvoeren van praktijkopdrachten, het bestuderen van relevante literatuur, het volgen van trainingen of het zoeken van feedback. Door de voortgang te monitoren en waar nodig bij te sturen, wordt het leerproces doelgericht en systematisch vormgegeven, waardoor de student zich aantoonbaar verder ontwikkelt binnen het vakgebied.

  • De student analyseert en evalueert nieuwe digitale technologie en toont kennis over hoe nieuwe technologie wordt ontwikkeld.

    De student analyseert en evalueert nieuwe digitale technologie op een systematische en onderbouwde wijze, waarbij zowel de technische werking als de toepassingsmogelijkheden kritisch worden onderzocht. Dit omvat het beoordelen van de meerwaarde, beperkingen en risico’s van innovatieve oplossingen in relatie tot de beoogde gebruikers en context. Daarnaast toont de student inzicht in de wijze waarop nieuwe technologie tot stand komt, bijvoorbeeld door kennis van ontwikkelprocessen, iteratieve ontwerpcycli, validatiemethoden en de rol van experimentatie en feedback. Hierdoor kan de student technologische ontwikkelingen niet alleen toepassen, maar ook in een breder perspectief plaatsen en gefundeerde keuzes maken binnen het eigen ontwikkelproces.

  • De student ontwerpt op creatieve wijze digitale technologische concepten die als doel hebben om duurzame gedragsverandering te realiseren bij de gebruiker.

    De student ontwerpt op creatieve en doordachte wijze digitale technologische concepten die gericht zijn op het realiseren van duurzame gedragsverandering bij gebruikers. Daarbij worden ontwerpkeuzes niet alleen gebaseerd op technische mogelijkheden, maar ook op inzicht in gebruikersgedrag, motivatie en context. Door te experimenteren met verschillende oplossingsrichtingen, interventies en interactievormen ontwikkelt de student concepten die gebruikers ondersteunen bij het aanleren en volhouden van gewenst gedrag. Het ontwerp wordt daarbij iteratief verfijnd op basis van feedback en observaties, zodat de uiteindelijke oplossing effectief, bruikbaar en langdurig toepasbaar is in de praktijk.

  • De student deelt opgedane kennis met de buitenwereld, daarbij de juiste taal, toon en stijl vindend

    De student deelt opgedane kennis op een toegankelijke en doelgerichte manier met een breder publiek, waarbij zorgvuldig wordt afgestemd op de context en de doelgroep. Dit houdt in dat de student bewust kiest voor passende taal, toon en stijl, zodat informatie begrijpelijk en relevant is voor de beoogde lezers of luisteraars, ook buiten de directe vakgemeenschap. Door kennis helder te formuleren en op een geschikte manier te presenteren, draagt de student bij aan kennisdeling, transparantie en de verdere ontwikkeling van het vakgebied.