Vak: LiDT1

Course LiDT1

  • De student identificeert en benoemt verschillende manieren waarop digitale technologie een impact kan hebben op gebruiker, organisatie en samenleving.

    De student identificeert en benoemt op systematische wijze de verschillende manieren waarop digitale technologie impact kan hebben op de gebruiker, de organisatie en de samenleving als geheel. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen directe effecten, zoals veranderingen in werkprocessen, gebruiksgemak of besluitvorming, en indirecte of langetermijneffecten, zoals verschuivingen in verantwoordelijkheden, machtsverhoudingen of maatschappelijke verwachtingen. De student onderbouwt deze impact met relevante inzichten en plaatst technologische ontwikkelingen in een bredere context, zodat zichtbaar wordt hoe digitale innovaties niet alleen operationele verbeteringen teweegbrengen, maar ook structurele veranderingen kunnen veroorzaken binnen en buiten de organisatie.

  • De student kan een onderbouwde formulering geven van eigen verantwoordelijkheid vanuit ethisch en praktisch perspectief.

    De student kan op een beargumenteerde wijze de eigen verantwoordelijkheid formuleren vanuit zowel ethisch als praktisch perspectief. Daarbij wordt duidelijk gemaakt welke morele uitgangspunten richting geven aan het handelen — zoals zorgvuldigheid, transparantie en respect voor betrokkenen — en hoe deze zich vertalen naar concrete keuzes en gedragingen in de praktijk. Daarnaast wordt de praktische verantwoordelijkheid benoemd, bijvoorbeeld in het nemen van eigenaarschap voor kwaliteit, het zorgvuldig omgaan met middelen en informatie, en het naleven van professionele standaarden. Door beide perspectieven expliciet te verbinden, laat de student zien bewust en verantwoord te opereren binnen de beroepscontext.

  • De student is bewust van de eigen rol in het innovatie- of ontwikkelproces, toont ondernemend leiderschap en reflecteert op haar of zijn leiderschapsontwikkeling

    De student is zich bewust van de eigen rol en verantwoordelijkheid binnen het innovatie- of ontwikkelproces en handelt vanuit een proactieve en ondernemende houding. Dit komt tot uiting in het nemen van initiatief, het signaleren van kansen en het aansturen of stimuleren van voortgang waar dat nodig is. Daarbij toont de student leiderschap door richting te geven, samenwerking te bevorderen en beslissingen te onderbouwen op basis van beschikbare informatie en inzichten. Tegelijkertijd reflecteert de student regelmatig op het eigen handelen en de ontwikkeling van het persoonlijk leiderschap, met aandacht voor sterke punten, leerpunten en de effectiviteit van het optreden binnen de context van het project of de organisatie.

  • De student formuleert op basis van een grondige analyse van de organisatiecontext een geïnformeerde waardepropositie van een digitale ontwikkeling of innovatie

    De student formuleert op basis van een grondige analyse van de organisatiecontext een goed onderbouwde waardepropositie voor een digitale ontwikkeling of innovatie. Hierbij worden relevante factoren zoals de behoeften van gebruikers, strategische doelstellingen van de organisatie, bestaande processen en technologische mogelijkheden systematisch in kaart gebracht en met elkaar in verband gebracht. Op basis van deze inzichten wordt helder geformuleerd welke waarde de voorgestelde oplossing toevoegt, voor wie deze bedoeld is en op welke manier deze bijdraagt aan het verbeteren van processen, besluitvorming of dienstverlening. Door de waardepropositie expliciet te onderbouwen met onderzoeksresultaten en contextanalyse ontstaat een realistisch en overtuigend beeld van de betekenis en haalbaarheid van de innovatie.

  • De student deelt opgedane kennis met de buitenwereld, daarbij de juiste taal, toon en stijl vindend

    De student deelt opgedane kennis op een toegankelijke en doelgerichte manier met een breder publiek, waarbij zorgvuldig wordt afgestemd op de context en de doelgroep. Dit houdt in dat de student bewust kiest voor passende taal, toon en stijl, zodat informatie begrijpelijk en relevant is voor de beoogde lezers of luisteraars, ook buiten de directe vakgemeenschap. Door kennis helder te formuleren en op een geschikte manier te presenteren, draagt de student bij aan kennisdeling, transparantie en de verdere ontwikkeling van het vakgebied.

  • De student is in staat om doelgericht informatie op te halen en te verspreiden binnen en buiten het innovatie- of ontwikkelproces met meerdere stakeholders

    De student is in staat om doelgericht informatie te verzamelen, te analyseren en te delen binnen en buiten het innovatie- of ontwikkelproces, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende belangen en perspectieven van betrokken stakeholders. Dit betekent dat relevante kennis en inzichten actief worden opgehaald uit diverse bronnen, zoals gebruikers, collega’s, experts en externe partijen, en dat deze informatie op een passende en begrijpelijke manier wordt teruggekoppeld. Door communicatie bewust af te stemmen op doelgroep en context draagt de student bij aan transparantie, samenwerking en gezamenlijke besluitvorming gedurende het ontwikkeltraject.

  • De student initieert en volgt het ontwerpproces.

    De student neemt actief het initiatief in het ontwerpen van digitale technologie en doorloopt daarbij systematisch de verschillende fasen van het ontwerpproces. Dit omvat het analyseren van de context en gebruikersbehoeften, het ontwikkelen en uitwerken van ontwerpideeën, het realiseren van prototypes en het evalueren van oplossingen op basis van feedback en meetbare resultaten. Door het proces bewust te structureren en iteratief te werken, wordt de kwaliteit van het ontwerp stapsgewijs verbeterd en wordt gewaarborgd dat de uiteindelijke oplossing aansluit bij de beoogde doelen en de praktijk waarin deze wordt toegepast.