Vak: ODTG1

Course ODTG1

  • De student vertaalt kennis en inzicht vanuit eigen onderzoek naar toepassing in de eigen praktijk van het ontwerpproces.

    De student vertaalt kennis en inzichten uit eigen onderzoek doelgericht naar concrete toepassingen binnen de eigen ontwerppraktijk. Dit houdt in dat bevindingen niet alleen worden beschreven, maar actief worden gebruikt om ontwerpkeuzes te onderbouwen, aan te passen of verder te ontwikkelen. De student legt daarbij expliciet de relatie tussen onderzoeksresultaten en het ontwerpproces, zodat zichtbaar wordt hoe inzichten leiden tot verbeteringen in functionaliteit, gebruikservaring of aanpak. Door deze koppeling tussen onderzoek en praktijk ontstaat een iteratief proces waarin leren en ontwerpen elkaar versterken en de kwaliteit van het eindresultaat wordt verhoogd.

  • De student voert ontwerpgericht onderzoek uit en past daarbij geschikte onderzoeksmethodes toe.

    De student voert ontwerpgericht onderzoek uit waarbij systematisch wordt toegewerkt naar een oplossing voor een concreet vraagstuk. Daarbij worden passende onderzoeksmethoden geselecteerd en toegepast, zoals gebruikersonderzoek, interviews, experimenten, prototyping of data-analyse, afhankelijk van de fase van het ontwerpproces. De student motiveert de keuze voor deze methoden en verbindt de verkregen inzichten expliciet aan ontwerpbeslissingen. Door onderzoek en ontwerp iteratief met elkaar te verbinden, wordt de oplossing stap voor stap gevalideerd en aangescherpt, waardoor zowel de kwaliteit als de onderbouwing van het ontwerp wordt versterkt.

  • De student identificeert en benoemt verschillende manieren waarop digitale technologie een impact kan hebben op gebruiker, organisatie en samenleving.

    De student identificeert en benoemt op systematische wijze de verschillende manieren waarop digitale technologie impact kan hebben op de gebruiker, de organisatie en de samenleving als geheel. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen directe effecten, zoals veranderingen in werkprocessen, gebruiksgemak of besluitvorming, en indirecte of langetermijneffecten, zoals verschuivingen in verantwoordelijkheden, machtsverhoudingen of maatschappelijke verwachtingen. De student onderbouwt deze impact met relevante inzichten en plaatst technologische ontwikkelingen in een bredere context, zodat zichtbaar wordt hoe digitale innovaties niet alleen operationele verbeteringen teweegbrengen, maar ook structurele veranderingen kunnen veroorzaken binnen en buiten de organisatie.

  • De student kan aangeven hoe kritische reflectie heeft geleid tot nieuwe inzichten over zichzelf of het beroep.

    De student kan expliciet aangeven hoe kritische reflectie heeft geleid tot nieuwe inzichten over het eigen handelen en over het beroep als geheel. Dit houdt in dat ervaringen, keuzes en resultaten systematisch worden geanalyseerd en verbonden aan professionele normen, theoretische kaders of praktijkervaringen. Op basis daarvan formuleert de student concrete leerpunten en beschrijft hoe deze inzichten het denken, handelen of de beroepsopvatting hebben beïnvloed. Hierdoor wordt zichtbaar dat reflectie niet alleen terugkijkt, maar daadwerkelijk bijdraagt aan groei, professionalisering en een verdiept begrip van het vakgebied.

  • De student ontwerpt op creatieve wijze digitale technologische concepten die als doel hebben om duurzame gedragsverandering te realiseren bij de gebruiker.

    De student ontwerpt op creatieve en doordachte wijze digitale technologische concepten die gericht zijn op het realiseren van duurzame gedragsverandering bij gebruikers. Daarbij worden ontwerpkeuzes niet alleen gebaseerd op technische mogelijkheden, maar ook op inzicht in gebruikersgedrag, motivatie en context. Door te experimenteren met verschillende oplossingsrichtingen, interventies en interactievormen ontwikkelt de student concepten die gebruikers ondersteunen bij het aanleren en volhouden van gewenst gedrag. Het ontwerp wordt daarbij iteratief verfijnd op basis van feedback en observaties, zodat de uiteindelijke oplossing effectief, bruikbaar en langdurig toepasbaar is in de praktijk.

  • De student initieert en volgt het ontwerpproces.

    De student neemt actief het initiatief in het ontwerpen van digitale technologie en doorloopt daarbij systematisch de verschillende fasen van het ontwerpproces. Dit omvat het analyseren van de context en gebruikersbehoeften, het ontwikkelen en uitwerken van ontwerpideeën, het realiseren van prototypes en het evalueren van oplossingen op basis van feedback en meetbare resultaten. Door het proces bewust te structureren en iteratief te werken, wordt de kwaliteit van het ontwerp stapsgewijs verbeterd en wordt gewaarborgd dat de uiteindelijke oplossing aansluit bij de beoogde doelen en de praktijk waarin deze wordt toegepast.

  • Gedragsonderzoek voor ODTG1

    Toelichting op het aangeleverde bewijsstuk: De rapportage in de bijlage verhaalt over de structuur die ik geprobeerd heb te scheppen in nieuw te ontwikkelen features binnen Cleverdesk, ons ERP-pakket. Daarbij gaat dit document dieper in op de verwachte gedragsveranderingen en de wijze waarop dit onderdeel wordt van de interface, met de onderbouwde verwachting dat gebruikers de interface-onderdelen zullen gebruiken om een groter vertrouwen te krijgen in de inzet van deze feature.